Waarom de één enthousiast wordt van AI en de ander vooral risico's ziet
Bij de introductie van AI reageren medewerkers totaal verschillend. Wat de Regulatory Focus Theory verklaart en wat het betekent voor je communicatie.
Tijdens een introductiesessie over AI zie je het verschil meteen. De één heeft al tien toepassingen uitgeprobeerd en wil vooral weten wat er nog meer kan, terwijl de ander vragen stelt over privacy, fouten en verantwoordelijkheid en de boot voorlopig afhoudt.
Die verschillen worden al snel uitgelegd als verschil in veranderbereidheid: de één wil mee, de ander niet. Motivatieonderzoek laat zien dat er meer aan de hand is.
Twee soorten motivatie
Psycholoog Tory Higgins ontwikkelde de Regulatory Focus Theory. Die maakt onderscheid tussen een promotion focus en een prevention focus. De theorie zegt weinig over de vraag hoe gemotiveerd iemand is en veel over het soort uitkomsten waarop die motivatie zich richt.
Bij een promotion focus ligt de nadruk op groei en mogelijkheden. Een medewerker denkt bij AI dan vooral aan tijd besparen, routinewerk verminderen en nieuwe toepassingen ontdekken. Communicatie over innovatie sluit hier vaak naadloos op aan: kansen, experimenteren, efficiëntie.
Bij een prevention focus ligt de nadruk op zekerheid en het voorkomen van fouten. De vragen klinken dan anders. Welke informatie mag ik invoeren? Hoe controleer ik of de uitkomst klopt? Wat gebeurt er als AI onjuiste informatie geeft en waar ligt mijn verantwoordelijkheid?
Voorzichtigheid is geen weerstand
Binnen een woningcorporatie zijn dat geen lastige vragen; het zijn professionele vragen van mensen die werken met persoonsgegevens, financiële gegevens en informatie over huurders. Wie daar voorzichtig mee omgaat, laat vooral zien dat hij zijn werk zorgvuldig wil doen.
Dat besef verandert hoe je als leidinggevende naar kritische vragen kunt kijken. Een vraag over risico’s vertelt je wat iemand nodig heeft om een toepassing verantwoord te gaan gebruiken en een vraag over mogelijkheden vertelt je dat iemand ruimte zoekt om te experimenteren. Allebei is het bruikbare informatie.
Wat betekent dit voor je AI-introductie?
De twee oriëntaties vragen om verschillende soorten informatie. Wie alleen de kansen belicht, bereikt de helft van de organisatie. Een goed introductieprogramma biedt naast inspiratie en voorbeelden van tijdwinst ook kaders: hoe zit het met privacy en informatiebeveiliging, hoe controleer je uitkomsten en in welke situaties is AI niet geschikt. Zo krijgen beide groepen wat ze nodig hebben voor verantwoord gebruik.
Vaardigheid en motivatie zijn twee verschillende dingen
Nog één onderscheid dat in trajecten steeds terugkomt: een medewerker kan digitaal heel vaardig zijn en toch terughoudend met AI omgaan vanwege de risico’s. En iemand kan enthousiast experimenteren zonder voldoende kennis van privacy of kwaliteitscontrole. In een digitaal vaardigheidstraject is het daarom zinvol om kennis, gedrag en motivatie apart in beeld te brengen. Dat levert een genuanceerder beeld op dan een indeling in medewerkers die wel of niet mee willen.
Welke vragen krijg jij bij de introductie van AI: vooral over de mogelijkheden of vooral over de risico’s?
Bronnen
- Higgins, E.T. (1997). Beyond pleasure and pain. American Psychologist, 52(12), 1280-1300.
Delen of doorpraten?
Stuur dit artikel door naar een collega of praat verder op LinkedIn.
Oprichter van De Changency en SAAR Insights. Helpt woningcorporaties bij het meten en versterken van digitale vaardigheden en bouwt met training en e-learning aan lerende organisaties.
Dit artikel is ook te lezen op De Changency.
Bij dit artikel is AI ingezet als redactionele ondersteuning. De inhoud, de voorbeelden en de eindredactie komen van de auteur.
Verder praten of interesse in een traject?
Benieuwd hoe SAAR jouw organisatie helpt met meten, leren en ontwikkelen?
Plan een kennismaking